Op 10 juni ging een ruime meerderheid van de Eerste Kamer akkoord met de Wet Werk en Zekerheid. Hiermee is de wijziging van het ontslagrecht per 1 juli 2015 definitief.

Werkzekerheid in plaats van baanzekerheid
De wet heeft tot doel het arbeidsrecht aan te passen aan de veranderende arbeidsverhoudingen in de samenleving. Werkzekerheid moet, in plaats van baanzekerheid, het overkoepelende uitgangspunt van het hedendaagse arbeidsmarktbeleid worden. Het wetsvoorstel geeft vorm aan afspraken in het Regeerakkoord van PvdA en VVD, in het Sociaal Akkoord 2013 en in de Begrotingsafspraken 2014.
Het voorstel bevat in dat verband maatregelen op drie terreinen.

Stroomlijning van de regels voor ontslag
Het voorstel laat de bestaande routes via het Uitvoeringsinstituut werk en inkomen (UWV) en de kantonrechter in stand, maar schrijft dwingend voor in welke gevallen welke ontslagroute moet worden gevolgd.
Bij een reorganisatie of langdurige arbeidsongeschiktheid verloopt het ontslag via het UWV. Bij disfunctioneren van de werknemer moet de werkgever naar de kantonrechter.
Verder wordt de ontslagvergoeding omgevormd tot een transitievergoeding. Deze is bedoeld als compensatie voor het ontslag en om de overgang naar nieuw werk te vergemakkelijken. De vergoeding wordt gemaximeerd, volgens een staffel, waarbij leeftijd en duur van de arbeidsovereenkomst een rol spelen.
De transitievergoeding bedraagt maximaal € 75.000 of maximaal 1 jaarsalaris.

Verbetering van de rechtspositie van flexwerkers
De wet kent ook een aantal maatregelen die het oneigenlijk en langdurig gebruik van flexibele arbeidsrelaties moeten ontmoedigen. De maatregelen moeten ertoe leiden dat werkgevers er sneller toe overgaan hun werknemers met een tijdelijk arbeidscontract in vaste dienst te nemen.

Aanpassing van de werkloosheidsregelingen
Onder meer wordt de maximale duur van de Werkloosheidswet (WW) verkort. Deze maatregelen moeten ertoe leiden dat werkloze werknemers eerder werk aanvaarden.